|
Koloniaal Suriname Koloniaal Suriname
|
||||
Vrede van Breda |
|
Het was de Engelsman Sir Willoughby die in 1651 namens de Engelsen het gebied tussen de rivieren
de Marowijne en Coppename op de Hollanders veroverde en koloniseerde. Hij noemde het Willoughby
land en hernoemde het fort naar Fort Willoughby. Maar niet alleen de Engelsen koloniseerden Suriname, ook Franse Hugenoten en Duitsers gingen naar Suriname. Meer bijzonder was de grote groep Portugese en Spaanse Joodse planters die er zich vestigde, wat heel bijzonders in die tijd. Velen waren op de vlucht voor de inquisitie al eerder naar de Nieuwe Wereld getrokken. De Joodse planters hadden grote kennis van de suikerrietcultuur. Hun nakomelingen spelen nog altijd een vooraanstaande rol in de Surinaamse samenleving.
In 1667 voeren de Zeeuwen onder leiding van Abraham Crijnssen, in dienst van de Staten van Zeeland
met zeven schepen de Surinamerivier op om de Engelsen, waarmee de Nederlanden toen in oorlog waren,
de kolonie weer afhandig te maken. Beladen met waardevolle buit keerde Crijnssen terug in Zeeland.
Bij de Vrede van Breda (1667) mochten Engelsen en de Zeeuwen behouden wat veroverd was. Zo kwam
Nieuw-Nederland, het huidige Manhattan in Britse handen en de Zeeuwen kregen Suriname.
Veel Engelsen trokken weg uit Suriname en vestigden zich, met medeneming van hun slaven, in Barbados.
Tot overmaat van ramp brak ook ruzie uit binnen de WIC over het bestuur van Suriname. De Zeeuwen
wilden de kolonie voor zichzelf behouden. Van dat idee was Amsterdam echter niet zo gecharmeerd. Crijnssen
bleef gouverneur, de Hollanders waren welkom en dat alles onder het oppergezag van de
Staten-Generaal die zich niet te veel wilde mengen in die ruzie. De VOC was nu eenmaal veel
lucratiever.
|
| ©2006 www.lingers.eu |