Tweede Wereldoorlog

De Duitse oorlogsindustrie is geïnteresseerd in het bauxiet voor de aluminiumproductie. Het is 5 september 1939, vijf dagen na het uitbreken van de vijandelijkheden tussen Engeland en Duitsland. Een Duitseturbine-stoomschip Goslar vaart de Surinamerivier op en vraagt asiel.
De Duitse kapitein acht voortzetting van de reis naar Europa niet raadzaam en blijft waar hij is. De eerste maanden van de Tweede Wereldoorlog gingen voorbij en de overgebleven Duitse bemanning, 15 man sterk, zocht aansluiting bij de Duitse gemeenschap en sloot vriendschap in de stad, zoals ook met de toenmalige Commissaris van Politie Van Beek. Men zocht elkaar over en weer op, op de wal en op het schip, en wachtte de gebeurtenissen af.
Dan wordt het 10 mei 1940. Duitsland valt Nederland binnen en is het ook in Suriname oorlog. Om de bauxiet veilig te stellen bezet het Amerikaanse leger Suriname. De politiecommissaris krijgt de opdracht de Duitsers gevangen te nemen.
Kort daarvoor heeft de Duitse bemanning echter, om het schip niet in Geallieerde handen te laten vallen, een op scherp gezet luik in de bodem van het schip geopend, zodat het schip bij het aanbreken van de dag op 10 mei reeds zinkende was. Men had tevoren de kolenvoorraad aan één zijde van het schip gestouwd zodat het schip onmiddellijk zware slagzij maakte. In allerijl aangevoerde pompen hadden niet voldoende capaciteit, zodat het schip nog voor de avond van de 11 mei plat viel.

 


Het Duiste stoomschip de Goslar, ligt als wrak nog steeds in de monding van de Suriname-rivier.

 

De bemanning kwam, na enkele dagen verblijf in Fort Zeelandia, terecht in het hoofdgebouw van het R.K. Internaat te Kopiweg voorbij Lelydorp. De Troepenmacht in Suriname bouwde provisorisch het internaat om in een klein concentratiekamp, waar de in Suriname aanwezige Rijksduitsers en later nog Nederlandse dienstweigeraars uit Zuid-Afrika werden ondergebracht, terwijl nabij het historische Jodensavanne een speciaal kamp werd ingericht voor uit Ned. Oost Indië overgezonden leden van de Nationaal Socialistische Beweging.

De oorlog ging voorbij, de geïnterneerden gingen naar huis, maar de Goslar bleef. Pogingen rond de vijftiger jaren om het schip te lichten faalden, waarna het in tweeën brak. Tenslotte werd rond 1965 via de afgezanten van Salzgitter in Duitsland de mogelijkheid geopperd het wrak te verwijderen maar men stelde dat het schip sedert 9 oktober 1940 eigendom van het Koninkrijk der Nederlanden was.
Thans is het bruinroestige wrak, in de volksmond beter bekend als Van Beekeiland, een vast baken in de haven van Paramaribo.