|
Koloniaal Suriname Koloniaal Suriname
|
||||
Eerste kolonisatie |
|
Het was de Spaanse ontdekkingsreiziger Alonso de Ojeda die als eerste Suriname met westerse ogen aanschouwde.
In mei 1499 zeilde hij echter verder in noordwestelijke richting, langs de mondingen der Surinaamse rivieren,
zonder deze te exploreren.
Ofschoon hij als de ontdekker van Suriname aangemerkt word heeft hij er nooit voet aan land gezet
of is hij in contact getreden met de oorspronkelijke bevolking.
Toen in de zestiende eeuw in Europa het gerucht de ronde deed dat de regenwouden aan de Wilde Kust,
zoals het gebied door zeelieden werd aangeduid, rijk aan goud zou zijn kwam Suriname voor het eerst
in de belangstelling van Spanjaarden en Portugezen te staan.
In 1596 stuurde Raleigh zijn trouwe metgezel Keymis naar Guyana terug. Verschillende persoonlijke en
politieke ontwikkelingen, Raleigh werd zelf dertien jaar vastgezet in de Londonse Tower voor een vermeende
Spaansgezinde samenzwering, maakten dat hij zijn belofte aan de indiaanse opperhoofden niet kon nakomen.
Ondanks het feit dat El Dorado niet kon worden opgespoord bracht de komst van de onfortuinlijke goudzoekers toch een economische impuls aan het gebied. Vooral langs de mondingen van de rivieren werden nederzettingen gesticht. In 1613 zijn het de Hollandse handelaren Nicolaas Baliestel en Dirck Claasz van Sanen die de handelspost 'Parmirbo' met bijbehorend fort oprichten aan de rivier die toen nog de 'Surrenant' werd genoemd. In Suriname waren al nederzettingen gesticht door vooral Zeeuwse kooplieden. Aangezien echter de slavenhandel meer opleverde dan de suikerteelt, werden de nederzettingen op de meest goedkope manier tot ontwikkeling gebracht.Nabij de Indianennederzetting Parmirbo, het latere Paramaribo, bouwden de Hollanders aan de linkeroever van de Surinamerivier een fort om de handelsvestiging te verdedigen. Als snel ontstonden echter spanningen tussen de oorspronkelijke bewoners en de kolonisten die met harde hand werden onderdrukt. De Surinen werden uit hun woongebied verdreven en als slaven te werk gesteld op de nieuwe plantages. De inheemsen bleken slecht bestand tegen de slavernij en stierven massaal. Het experiment met Indiaanse slaven moest dan ook worden beëindigd. Nog meer indianen sterven aan de besmettelijke ziekten die de kolonisten meebrachten. De Surinen streven dan ook bijna helemaal uit maar de laatste blijven zich verzetten tegen de koloniale overheersers door verafgelegen plantages aan te vallen.
|
| ©2006 www.lingers.eu |