Oorspronkelijke bewoners

Ofschoon uit archeologische opgravingen aanwijzingen is op te maken dat er zich 12.000 jaar geleden paleolithische jagers in het zuiden van het huidige Suriname moeten hebben opgehouden is hun invloed op de geschiedenis van Suriname verwaarloosbaar gebleken. Hun existentie blijft beperkt tot rotstekeningen langs de grensrivieren Corantijn en Marowijne.
Daarnaast vermeldt de geschiedschrijving weinig over deze prehistorische geschiedenis van Suriname. De westerse geschiedschrijving van Suriname begint pas na de ontdekking van Suriname in de vijftiende eeuw.
Ook weinig bekend is over de oorspronkelijke bewoners van Suriname, de Surinen. Dit primitief indiaanse volk leefde van visvangst en schelpdieren. De naam Suriname is vermoedelijk naar deze stam vernoemd. Dit volk werd echter zowel vanuit het westen als het oosten onder de voet gelopen.

 


Arowakken, oorspronkelijk bewoners van de tropische regenwouden (kustgebieden) van Suriname.

 

In de vijfde eeuw van onze jaartelling trokken afstammelingen van de Arowakken, een landbouwvolk dat oorspronkelijk uit het gebied van het huidige Brazilie afkomstig was, vanuit het Westen (Venezuela) de laaglanden van de Guyana’s binnen. De Arowakken vonden hier langs de kuststrook vruchtbare landbouwgrond die zonder boomkap direct bruikbaar was. De Arowakken vestigden zich vooral langs de kust, maar trokken ook via de rivieren het binnenland in, tot aan de stroomversnellingen van Wonotobo, waar overblijfselen van deze stammen zijn gevonden. De Arowakken vormden een goed ontwikkelde beschaving die vanwege de veel voorkomende overstromingen in de moerassen van het kustgebied kleiterpen opwierpen om hun vruchtbare landbouwgrond en woongebied te beschermen. Ze waren vooral landbouwers, vissers en verzamelaars. Ze cultiveerden de cassave, ananas, kalebas, papaja, tabak, katoen en pijlriet en richtten zo een bloeiende samenleving op.

Omstreeks 1100 vielen Caraïben het gebied binnen. Aan de terpencultuur kwam een einde; de Arowakken leefden vanaf die tijd van kostgrondjes meer in het binnenland. Arowakse vrouwen waren goede pottenbaksters. Ze werden vaak door Caraïben ontvoerd. Zo kwam Arowaks aardewerk bij de Caraïben terecht.

Vanuit het oosten (Frans-Guyana) trokken Koriaba-indianen de rivier de Marowijne over. De Koriaba-indianen en de Arowakken leverden een eeuwenlange strijd die nog voortduurde toen Columbus in 1492 voet op de Antillen zette en Suriname vanwege de ongeregeldheden links liet liggen.